De gemandateerde Hulpofficier van Justitie heeft de volgende bevoegdheden en verplichtingen:
De Hulpofficier van Justitie kan een huisverbod opleggen voor een periode van tien dagen. Dit gebeurt middels een gedagtekende beschikking aan een meerderjarige persoon indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat zijn aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meerdere personen met wie hij een huishouden deelt of op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat.
De Hulpofficier van Justitie moet de burgemeester onverwijld informeren over het huisverbod dat hij heeft opgelegd.
De Hulpofficier van Justitie moet contact opnemen en overleggen met de stichting Jeugdzorg in de provincie waarin de gemeente ligt als hij het voornemen heeft om een huisverbod op te leggen wegens kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan.
De Hulpofficier van Justitiedie een huisverbod heeft opgelegd, informeert onverwijld de volgende personen/instanties over de inhoud van de beschikking en de gevolgen van niet-naleving van de beschikking door de uithuisgeplaatste:
De hulpofficier die een huisverbod heeft opgelegd, regelt dat de uithuisgeplaatste binnen 24 uur wordt bijgestaan - voor de duur van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening - door een raadsman, zodra de uithuisgeplaatste daartoe de wens te kennen heeft gegeven.
De Hulpofficier van Justitie vult bij elke huisverbod waardige melding van huiselijk geweld een Risicotaxatieinstrument in (RiHG). Aan de hand van dit instrument bepaalt hij of aan de pleger van huiselijk geweld een huisverbod wordt opgelegd.