De politie heeft de volgende taken:
Politieambtenaren zijn bevoegd - met het oog op het opleggen van het huisverbod - een woning zonder toestemming van de bewoner binnen te treden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
De politie vordert van de uithuisgeplaatste de huissleutel of huissleutels en is bevoegd deze - zo nodig na de uithuisgeplaatste daartoe aan de kleding onderzocht te hebben - aan de uithuisgeplaatste te ontnemen tegen afgifte van een bewijs van ontvangst (staat in de beschikkking). De ontnomen sleutels worden op een politiebureau bewaard gedurende de tijd dat het huisverbod van kracht is. De bewaarplaats van de sleutel(s) wordt aan de uithuisgeplaatste medegedeeld. Er dient door de politie een afspraak te worden gemaakt over de teruggave van de sleutel(s). Na afloop van het huisverbod worden de sleutels aan de uithuisgeplaatste terug gegeven.
De politie voert de controle op de naleving van het opgelegde huisverbod uit. Daarbij mag een woning alleen betreden worden als de bewoner daar toestemming voor geeft (het is wel mogelijk om ter aanhouding van degene die het huisverbod overtreedt, tegen de wil van de bewoner in de woning binnen te treden).
De politie vraagt de uithuisgeplaatste om een telefoonnummer en indien bekend een verblijfadres op te geven waar hij te bereiken is. Deze informatie wordt op de beschikking vermeld. Op deze wijze kan een eventuele raadsman en de betrokken instelling voor daderhulp contact met de uithuisgeplaatste leggen voor het maken van afspraken. Als de uithuisgeplaatste dit niet meteen kan geven, kan hij deze informatie binnen 24 uur alsnog melden bij de burgemeester.
In sommige regios is, indien nodig, voor de uithuisgeplaatste tijdelijke opvang georganiseerd waarvandaan soms ook hulp kan worden opgestart.