Voor de taken en bevoegdheden van de rechter geldt dat de Awb (Algemene wet Bestuursrecht) van toepassing is. Hieronder worden in aanvulling op of in afwijking van de Awb, taken en bevoegdheden van de rechter genoemd ingevolge de Wet tijdelijk huisverbod.
De rechter heeft de volgende taken en bevoegdheden bij het huisverbod:
De voorzieningenrechter is verplicht de uithuisgeplaatste binnen drie werkdagen te horen, nadat een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het huisverbod is gedaan.
De voorzieningenrechter moet onmiddellijk na het horen van partijen uitspraak doen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden in welk geval de rechtbank binnen 24 uur na de behandeling van de zaak uitspraak doet.
De rechter moet bij de beoordeling van zijn beslissing ook de feiten en omstandigheden betrekken die zich hebben voorgedaan na het opleggen van het huisverbod.
De rechter moet minderjarigen die tot het huishouden van de uithuisgeplaatste behoren en die de leeftijd van twaalf jaren hebben bereikt, in de gelegenheid stellen hun mening aan hem kenbaar te maken, tenzij de spoedige behandeling van de zaak zich hiertegen verzet. Hij kan minderjarigen die jonger dan twaalf jaar zijn in de gelegenheid stellen hun mening kenbaar te maken op een door hem te bepalen wijze.