3 mei 2010
In Flevoland zijn in de periode van 8 maart tot 21 oktober vorig jaar 41 huisverboden opgelegd aan plegers van huiselijk geweld. Van deze 41 huisverboden werd 33 procent verlengd met achttien dagen. Dat blijkt uit een tussenrapportage.
In totaal waren 72 kinderen onder de achttien jaar betrokken bij de huisverboden, als getuige of als slachtoffer. Bij drie gezinnen waren geen kinderen aanwezig. Alle plegers zijn mannen, van wie vijftig procent tussen de dertig en veertig jaar. Bij twintig procent is er geen hulpverleningstraject gestart omdat de pleger niet gemotiveerd was of omdat er geen indicatie voor hulpverlening werd gegeven. De reclassering verwees 75 procent van de plegers naar het centrum voor ambulante forensische psychiatrie De Waag. De overige 25 procent is voor een hulpverleningstraject verwezen naar verslavingszorg Tactus of de Geestelijke Gezondheidszorg De Meerkanten.
Alle volwassen slachtoffers zijn vrouwen. Er zijn drie vrouwen die niet geïnteresseerd waren in een hulpverleningstraject. Van de 41 huisverboden was er twee keer sprake van ouder-kind mishandeling en éénmaal van ouder mishandeling. Bij het merendeel ging het dus om man-vrouw mishandeling.
Tussenrapportage
De gemeenten in Flevoland startten op 8 maart 2009 met het opleggen van tijdelijk huisverboden aan plegers van huiselijk geweld. Bij de start werd afgesproken om de ervaringen tussentijds in kaart te brengen. De resultaten hiervan laten een positief beeld zien. Over het effect van de Wet Tijdelijk Huisverbod voor het gezin op lange termijn kan echter nog niet veel worden gezegd. Daarvoor is de wet nog te kort van kracht.
Positieve resultaten van het huisverbod zijn onder meer dat de gezinsleden gelijktijdig hulp ontvangen, slachtoffers in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen en er ruimte, tijd en rust ontstaat om na te denken over de situatie.
Voor de ketenpartners zelf zijn ook positieve resultaten behaald. Er zijn regionale afspraken gemaakt met politie, gemeenten en hulpverlening, signalen worden eerder en sneller gedeeld en opgepakt en de hulpverlening verloopt efficiënter en effectiever.
De tussenrapportage laat zien dat er wel verbeteringen nodig zijn in de overdracht na beëindiging van het huisverbod, de toerusting van hulpverleners, de samenwerking tussen politie en hulpverlening en bij het in de gaten houden van gezinnen om herhaling te voorkomen.