12 mei 2010
Veruit de meeste huisverboden worden opgelegd aan mannen. Zowel vertegenwoordigers van de politie als van Binnenlandse Zaken geven aan dat landelijk gezien rond de negentig procent van de huisverboden aan mannen wordt opgelegd.
Eltjo Lenting van het Landelijk programmabureau huiselijk geweld en de politietaak vertelt in het Leidsch Dagblad. "Er is verschil tussen geweld en geweld. Waar het geweld van de man zich vaak uit in bijvoorbeeld een vuistslag, maken vrouwen eerder gebruik van psychische mishandeling. Dat beseft de politie ook steeds vaker. De politie is getraind om datgene wat we zien te juridiseren, te vertalen naar een strafbaar feit. Bij een tijdelijk huisverbod wordt de politie juist gevraagd te kijken of er sprake is van een bepaalde dreiging. Dat kan door zowel de vrouw als de man zijn."
"Je ziet dat het heel lastig is om een vrouw aan te houden als pleger van geweld. Het paradigma heerst toch bij de agenten dat het vaak de mannen zijn. De politie gaat dan uit van een rollenpatroon. Maar waar er twee vechten, hebben er vaak twee schuld. We gaan ervan uit dat mannen het delict plegen en mede daardoor is het verklaarbaar dat de meeste huisverboden aan mannen worden opgelegd.'' Huiselijk geweld valt onder het Wetboek van Strafrecht. Het maken van treiterige opmerkingen valt daar niet onder, maar wel het fysieke geweld.
Dat is niet altijd eerlijk, erkent Lenting. "Er zijn zeker casussen waarbij de dreiging veel meer van de vrouw uitgaat. De vrouw treitert en zit de man op allerlei manieren dwars. Het komt dan tot een kookpunt, waarbij een tik wordt uitgedeeld. Er wordt dan heel snel naar die tik gekeken. De politieagenten worden zich hier meer en meer bewust van.''