19 april 2010
De gemeente Arnhem heeft het hoger beroep gewonnen tegen de uitspraak van de Arnhemse rechtbank waarbij een opgelegd huisverbod nietig werd verklaard. De reden hiervoor was dat de burgemeester haar besluit niet zelf op schrift had gesteld. Maar volgens de Raad van State blijkt de beslissing van de burgemeester om een huisverbod op te leggen voldoende uit het proces-verbaal van de (hulp)officier van justitie.
De rechtbank in Arnhem verklaarde in augustus vorig jaar een opgelegd huisverbod ongeldig, omdat deze beslissing van de burgemeester niet op schrift stond. De burgemeester had telefonisch aan de desbetreffende hulpofficier van justitie meegedeeld een huisverbod op te leggen. Vervolgens werd alleen gebruik gemaakt van een ingevuld voorgedrukt formulier, dat door de hulpofficier werd ondertekend. Op grond daarvan verklaarde de rechtbank het opgelegde huisverbod én het latere verlengingsbesluit onrechtmatig.
De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft nu beslist dat deze uitspraak dient te worden vernietigd. Door de vermelding in het proces-verbaal dat in overleg met en met toestemming van de burgemeester een huisverbod is opgelegd, is immers kenbaar dat de burgemeester tot het opleggen van het huisverbod heeft besloten. Gelet op de aard van het huisverbod, dat altijd in spoedeisende situaties wordt toegepast, en aangezien er aan het opleggen van een huisverbod overleg tussen de burgemeester en de hulpofficier van justitie plaatsvindt, waarbij de burgemeester beslist of een huisverbod wordt opgelegd, acht de Afdeling het voldoende dat die beslissing uit het proces-verbaal van de officier van justitie kenbaar is.