Als het om strafrechtelijk feit gaat, zal het jeugdstrafrecht gaan gelden. Is het geen strafrechtelijk feit, dan kan de minderjarige pleger niet door middel van een huisverbod uit huis worden geplaatst. Wel moet melding worden gemaakt aan bureau jeugdzorg / AMK en de minderjarige pleger ingebracht worden in het (jeugd)casusoverleg.
In de wet is vastgelegd dat een pleger van huiselijk geweld meer dan incidenteel in de woning van het slachtoffer dient te verblijven om sprake te laten zijn van een situatie waarin het huisverbod kan worden uitgevaardigd. Ex-partners kunnen dus alleen het huis uit worden gehaald als hij/zij meer dan incidenteel daar verblijven.
Informatie hierover is te vinden op www.huiselijkgeweldenberoepsgeheim.nl. Daar staat bijvoorbeeld dat iemand van de politie informatie mag verstrekken mits voldaan is aan het proportionaliteits- en het subsidiariteitsbeginsel.
Het is mogelijk dat de burgemeester of hovj op basis van het RiHG tot het oordeel komt dat een huisverbod op zijn plaats is maar dat niet effectueert. Dat geldt in die gevallen waar er onvoldoende of géén garantie is dat het slachtoffer, dat in de woning achterblijft, gevrijwaard wordt van nieuw geweld. Een dergelijke situatie doet zich voor als de verwachting is dat andere gezinsleden of familieleden zullen gaan handelen in de geest van de uithuisgeplaatste en dat daarmee dus de dreiging blijft voortbestaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan eergerelateerd geweld.
Het opleggen van een huisverbod wanneer de kans op eergerelateerd geweld groot is, kan dus een averechts effect hebben. Tegelijkertijd mag het niet zo zijn dat degene ten aanzien van wie de dreiging van huiselijk geweld zich richt, de noodzakelijke bescherming wordt onthouden. In dergelijke situaties is het niet ondenkbaar dat het slachtoffer en eventuele kinderen ergens anders moeten worden ondergebracht.
Het huisverbod kan ook worden opgelegd als er een strafrechtelijk traject loopt, zoals een aanhouding, inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Het zijn gescheiden trajecten met ieder zijn eigen wettelijke bepalingen en bevoegdheden. Belangrijk is dat die 2 trajecten elkaar niet tegenwerken, maar waar mogelijk elkaar versterken.
Omdat het gescheiden trajecten zijn, zou het huisverbod bij voorkeur moeten worden opgelegd op het moment dat het zonder strafrechtelijk ingrijpen ook zou zijn opgelegd, dus direct na het incident. Hiermee wordt het huisverbod losgekoppeld van de vraag of een strafrechtelijk traject zal volgen en wordt het opleggen dus niet afhankelijk van het verloop van een strafrechtelijk traject en het moment van invrijheidstelling.
Een goede uitvoering van de Wet Tijdelijk Huisverbod vereist dat alle ketenpartners veilig, snel en 24 uur per dag informatie kunnen uitwisselen en delen. Een aantal regio's en centrumgemeenten werkt daartoe met online systemen. Met deze systemen kunnen de verschillende organisaties in de regio betrokken bij het opleggen, verlengen of intrekken van tijdelijke huisverboden onderling informatie uitwisselen.
Zo kunnen automatisch dreigende termijnoverschrijdingen gemeld worden en de juiste namen en telefoonnummers van dienstdoende en gemandateerde personen gegenereerd. Alle aangesloten organisaties werken met één centraal dossier en één uniforme werkwijze (binnen en buiten kantooruren). Processtappen kunnen niet worden vergeten of overgeslagen en vormfouten worden voorkomen.
Een voorbeeld is Huisverbod-Online, ontwikkeld door Khonraad Software Engineering.
Indien u dat wilt kunt u zich abonneren op de digitale nieuwsbrief (e-nieuws) huisverbod.