Het ministerie van Justitie stelt € 1,2 miljoen per jaar beschikbaar. Dit is voor de kosten die gemeenten maken bij het uitoefenen van de bevoegdheden en activiteiten van de burgemeester en voor de kosten van rechtsbijstand.
VWS stelt in het kader van Beschermd en Weerbaar, intensivering van de opvang en hulpverlening bij geweld in afhankelijkheidsrelaties extra middelen beschikbaar die direct of indirect van betekenis zijn voor de uitvoering van de wet tijdelijk huisverbod. Deze middelen worden toegevoegd aan de specifieke uitkering vrouwenopvang (de 35 centrumgemeenten vrouwenopvang). Voor 2008 gaat het om € 11 miljoen onder andere om te komen tot sterke en toegankelijke Advies en Steunpunten Huiselijk Geweld, als spil in de ketenaanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Door middel van deze middelen kunnen de ASHGs hun toegankelijkheid en bereikbaarheid, hun preventie- en laagdrempelig hulpverleningsaanbod, hun coördinerende rol in de (veiligheids- en hulpverlenings)keten verbeteren en verbreden. Daarnaast kan worden geïnvesteerd in (de totstandkoming van) crisisinterventie(teams) en daderopvang, mede met het oog op de voorgenomen Wet tijdelijk huisverbod.
Verder is vanwege de voorgenomen wet jaarlijks € 2.6 miljoen structureel gereserveerd voor de hulpverlening aan zowel slachtoffers als daders ná het opleggen van het huisverbod. Ook deze middelen worden toegevoegd aan de specifieke uitkering vrouwenopvang. Zij worden ter beschikking gesteld, zodra de wet in werking is getreden.
Op 18 juni 2008 heeft de staatssecretaris van VWS alle centrumgemeenten van de vrouwenopvang schriftelijk geïnformeerd over de verdeling van de middelen. Dit naar aanleiding van de ondertekening van de Actieverklaring Beschermd en weerbaar door VWS, VNG / centrumgemeenten, de Federatie Opvang, de MOgroep en GGD Nederland.
Het valt niet goed te voorspellen met hoeveel huisverboden rekening moet worden gehouden. Daarom is van belang dat gemeenten bijhouden hoeveel huisverboden worden opgelegd. Bij de evaluatie van de wet zal bezien worden of de toegekende middelen voldoende zijn.