In de wet is geen verplichting tot regionale samenwerking opgenomen. Vanwege de veelal regionale functie van zowel ASHGs, diverse zorg- en hulpverleningsinstellingen als politie, ligt het in de rede om zoveel mogelijk in regionaal verband de uitvoering van de wet te organiseren. Veel gemeenten kiezen voor een aanpak in regionaal verband (in aansluiting op de bestaande structuren van uit het Regionaal College en de 35 centrumgemeenten vrouwenopvang). Dit wordt veelal geïnitieerd vanuit het Regionaal College en resulteert vaak in een regionale bestuurlijke en ambtelijke werkgroep.
Regie vindt plaats op verschillende niveaus. In de politieregios (het Regionaal College) zal de strategie op regionaal niveau bepaald worden en bestuurlijke afstemming plaatsvinden. Het Regionaal College zal ook doorgaans het verband zijn waarin afspraken worden gemaakt welke organisatie de regionale uitvoeringsregie zal krijgen. Voor de uitvoering zijn de regios van de centrumgemeenten vrouwenopvang het eerst aangewezen. Vervolgens zal in iedere gemeente afzonderlijk worden bepaald waar de gemeentelijke beleidsregie ligt. De uitvoering dient per gemeente te worden vertaald naar de eigen gemeentelijke situatie met een keuze voor de organisatie die in de gemeente de uitvoering van het huisverbod coördineert én met een keuze om regionaal samen te werken in de uitvoering van het huisverbod. Vervolgens kan de regie op casusniveau weer ergens anders belegd worden, bijvoorbeeld bij een casemanager.
De Wet tijdelijk huisverbod vraagt op gemeentelijk niveau een samenspel van de burgemeester, wethouder veiligheid en de wethouder welzijn/zorg. Het huisverbod is een maatregel die genomen wordt in het kader van veiligheid (preventie), de inzet is vervolgens gericht op hulpverlening. Dit betekent dat de gemeente, op basis van de lokale situatie en de regionale afspraken na moet gaan hoe zij de regie in de gemeentelijke organisatie wil beleggen. Deze regie vraagt om een dynamisch samenspel tussen ketenpartners om de hulp aan slachtoffers, kinderen en plegers te optimaliseren. Daarbij gaat het om communiceren, verantwoordelijkheid nemen, transparante processen organiseren, het maken van afspraken en het leggen van verbindingen tussen organisaties en de informatie-uitwisseling faciliteren. De organisaties hebben elkaar nodig om doelgericht te handelen en zo de gewenste kwaliteit van dienstverlening te bereiken en te borgen.
Voorop staat dat geborgd moet zijn wie of welke instantie, uiteindelijk verantwoordelijk is voor een goede afstemming in de uitvoering van het huisverbod. In de pilots zijn zeer goede ervaringen opgedaan met het geven van doorzettingsmacht aan de uiteindelijk verantwoordelijke instantie, ten behoeve van een goed gecoördineerde uitvoering. In de pilots bleek dat een regisseur op gemeentelijk niveau het meest effectief kan opereren wanneer zij of hij gepositioneerd is in zowel het veiligheidsdomein als het welzijnsdomein.
Het casemanagement of de coördinatie van de casuïstiek (huisverbod, huiselijk geweld) kan (al dan niet regionaal) worden belegd bij het ASHG, of een andere door de gemeente aangewezen uitvoeringsorganisatie. De casemanager opereert op cliëntniveau. Hij of zij intervenieert actief en met een natuurlijke autoriteit. Hij of zij organiseert de acties van de verschillende hulporganisaties die daarmee hun bijdrage leveren aan de oplossing van de casus Een (casus)regisseur ten aanzien van wie door de betrokken instellingen is afgesproken dat hij doorzettingsmacht heeft om personen in dienst van verschillende instellingen aan te sturen ten behoeve van de op het gezinssysteem gerichte (gezamenlijke) aanpak, zal het meest effectief kunnen zijn.
Wettelijk zijn gemeenten niet verplicht om voor opvang voor de uithuisgeplaatste te zorgen. Er wordt van uitgegaan dat de uithuisgeplaatste zelf voor onderdak zorgt, bijvoorbeeld bij familie of vrienden. Toch is het belangrijk dat gemeenten bij de invoering van het huisverbod bepalen hoe zij de opvang van de uithuisgeplaatste willen regelen. Om verschillende redenen.
In de pilots tijdelijk huisverbod is opvang (vaak via een dak- en thuislozenvoorziening) aangeboden. Uit evaluatie van de pilots blijkt dat slechts een beperkt deel van de uithuisgeplaatsten, ongeveer 20 procent, gebruik heeft gemaakt van dit aanbod, in de regel slechts voor een korte periode. Ook kwam uit de evaluatie naar voren dat de beschikbaarheid van opvang het voor uithuisgeplaatste gemakkelijker maakte om het huisverbod te accepteren (ook al kiest hij of zij vervolgens om er geen gebruik van te maken). De politie heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat er opvangplekken voor uithuisgeplaatsten achter de hand zijn, omdat zij anders voor sommige van hen op zoek moeten gaan naar een slaapplek. In het kader van Beschermd en Weerbaar, intensivering van de opvang en hulp bij afhankelijkheidsrelaties heeft VWS (brief aan de Tweede Kamer van 10 december 2007) extra middelen uitgetrokken, onder andere ook voor de opvang van uithuisgeplaatsten.
Hier is geen eenduidig antwoord op te geven. De keuze kan per gemeente / regio verschillend zijn. De affiniteit van een bestuurder en die van de ambtenaren, maar ook capaciteit zijn factoren die hierbij een rol spelen. Argument om de coördinatie te beleggen bij veiligheid: elke gemeente beschikt over integraal veiligheidsbeleid en meestal over een coördinator veiligheid. Hier is altijd een directe en korte link met de burgemeester. Deze link is een voordeel. Argument om de coördinatie te beleggen bij welzijn: vanwege de gemeentelijke regie op het hulpverleningstraject, de gemeentelijke betrokkenheid bij welzijn en zorg (denk bijvoorbeeld aan de Wmo en het algemeen maatschappelijk werk) en de grote hoeveelheid betrokken hulpverleningsinstellingen is te pleiten voor het neerleggen van de coördinatie bij welzijn of maatschappelijke zorg. Welke keuze ook wordt gemaakt, van belang is in elk geval om voor een goede samenwerking en afstemming tussen veiligheid en welzijn zorg te dragen. In de pilots bleek dat een regisseur op gemeentelijk niveau het meest effectief kan opereren wanneer zij of hij gepositioneerd is in zowel het veiligheidsdomein als het welzijnsdomein.